Oorlog, sancties en leveringsrisico’s: juridische gevolgen voor machinebouwers

 

De recente militaire escalaties in het Midden-Oosten roepen nieuwe vragen op voor machinebouwers met lopende projecten in de regio. Oorlogssituaties kunnen namelijk leiden tot sancties, exportrestricties, reisbeperkingen of verstoringen in transport. Daardoor kan het lastiger worden om contractuele verplichtingen na te komen.

Dit speelt niet alleen bij projecten in Iran zelf. Ook projecten in omliggende landen kunnen worden geraakt wanneer logistieke routes, transportcorridors of internationale reisbeperkingen de uitvoering van projecten beïnvloeden. Voor bedrijven in de machine- en apparatenbouw – waar internationale levering, installatie en service vaak een belangrijke rol spelen – kan dit directe gevolgen hebben voor lopende contracten.

De vraag is dan: wanneer biedt het recht ruimte om verplichtingen niet na te komen?

Overmacht: niet vanzelfsprekend

Hoewel geopolitieke ontwikkelingen grote impact kunnen hebben, betekent dat juridisch niet automatisch dat sprake is van overmacht.

In veel machinebouwcontracten worden situaties zoals oorlog, sancties of ‘government interference’ wel genoemd in een overmachtsclausule. Toch betekent dit niet dat een beroep op overmacht automatisch slaagt.

Volgens artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek moet worden beoordeeld of de niet-nakoming daadwerkelijk niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Met andere woorden: kon het bedrijf er redelijkerwijs iets aan doen dat het contract niet wordt nagekomen?

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat overmacht alleen aan de orde is wanneer nakoming feitelijk onmogelijk is geworden, of wanneer daarvoor een zodanig grote inspanning nodig is dat dit praktisch onuitvoerbaar wordt. Wanneer nakoming slechts moeilijker, duurder of risicovoller wordt, is een beroep op overmacht meestal niet voldoende (TM, Parl. Gesch. Boek 6, p. 263).

Ook in de rechtspraak wordt benadrukt dat de lat hoog ligt. Zo oordeelde de rechtbank Rotterdam dat een beroep op overmacht slechts in uitzonderlijke gevallen slaagt (Rb. Rotterdam 1 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2860).

Onvoorziene omstandigheden: beperkte ruimte

Wanneer een beroep op overmacht niet slaagt, kan soms nog worden gekeken naar onvoorziene omstandigheden.

Op grond van artikel 6:258 BW kan een rechter een overeenkomst aanpassen of gedeeltelijk ontbinden wanneer zich omstandigheden voordoen die partijen bij het sluiten van het contract niet hebben voorzien. Daarbij moet wel sprake zijn van een situatie waarin het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om de overeenkomst ongewijzigd in stand te laten.

De Hoge Raad heeft dit uitgangspunt onder meer bevestigd in arresten van 20 februari 1998 en 24 december 2021.

Toch laat recente rechtspraak zien dat ook dit leerstuk slechts beperkt ruimte biedt. In een zaak over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne wees de rechtbank Amsterdam een beroep op overmacht af, onder meer omdat de betrokken partij een contractuele garantie had afgegeven. Het beroep op onvoorziene omstandigheden werd slechts gedeeltelijk gehonoreerd, waarbij de overeenkomst beperkt werd aangepast (Rb. Amsterdam 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6719).

Dit past bij de terughoudendheid die rechters doorgaans betrachten bij het aanpassen van bestaande overeenkomsten.

Afwachten kan risico’s vergroten

Voor machinebouwers betekent dit dat de huidige geopolitieke situatie niet simpelweg kan worden afgewacht.

Wanneer levering, installatie of inbedrijfstelling van machines nog mogelijk is (bijvoorbeeld via alternatieve logistieke routes, aangepaste planning of andere praktische oplossingen) kan het uitblijven van actie alsnog leiden tot aansprakelijkheid.

Het contractenrecht gaat namelijk uit van het beginsel pacta sunt servanda: overeenkomsten moeten worden nagekomen. Bedrijven doen er daarom verstandig aan om:

  • geopolitieke ontwikkelingen actief te monitoren
  • tijdig te communiceren met contractspartijen
  • alternatieve routes of oplossingen te onderzoeken
  • en contractuele risico’s juridisch te laten beoordelen

Conclusie

Oorlog, sancties en geopolitieke spanningen kunnen internationale projecten in de machinebouwsector aanzienlijk beïnvloeden. Toch leiden dergelijke omstandigheden niet automatisch tot een succesvol beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden.

Het uitgangspunt blijft dat contractuele verplichtingen moeten worden nagekomen. Juist daarom is het voor bedrijven belangrijk om risico’s tijdig te signaleren en proactief te handelen wanneer internationale projecten onder druk komen te staan.

Blog is geschreven door Lars van de Pol, student Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Utrecht.  Voor vragen neem gerust contact op.

Deel dit bericht